Afstudeerfase Deeltijd

In dit onderdeel is beschreven hoe de afstudeerfase van de deeltijdvariant eruitziet, welke verbeteringen we hebben aangebracht, wat de huidige stand van zaken is en wat onze ambities zijn.

Waar komen we vandaan?

De laatste fase van de deeltijdvariant staat in het teken van het afstuderen. De afstudeerfase bestaat uit twee onderdelen: het semester Eindopdracht, waarin de student in een complexe en weinig gestructureerde context zelfstandig onderzoek verricht, gericht op het onderbouwd beantwoorden van de vraag van de opdrachtgever.

Daarnaast schrijft de student vanuit de leerlijn Persoonlijke Professionalisering zijn eindportfolio en brengt dit in voor het Eindassessment. Door middel van een schriftelijk portfolio en een gesprek toont de student aan hoe hij competent beroepsmatig handelt in situaties van complexiteit niveau 3, zijnde het eindniveau van de opleiding. De beoordeling van het Eindassessment vooral gericht op de vraag of de student als professional een gedegen indruk maakt en in staat is kritisch te reflecteren, zijn standpunten te onderbouwen en of hij zich een vakbekwame competente gesprekspartner toont.

Deze twee onderdelen zijn samen 45 EC: 30 EC voor het semester Eindopdracht en 15 EC voor het Portfolio eindassessment en assessmentgesprek.

In de afgelopen jaren is er gewerkt aan het ontwikkelen van een nieuwe onderwijsvisie en inmiddels is een deel van het programma herontwikkeld. Naar aanleiding van deze ontwikkelingen en de verbeteradviezen naar aanleiding van de accreditatie van 2016 zijn er inmiddels verbeteringen aangebracht in de afstudeerfase.

De leerlijn Persoonlijke Professionalisering en ook de laatste stap hierin, het eindportfolio en Eindassessment gesprek zijn ongewijzigd gebleven. Uit de accreditatie van 2016 en eigen evaluaties blijkt dat deze onderdelen goed in elkaar zaten. Wel is er afgesproken dat het Tussenassessment, onderdeel van de leerlijn Persoonlijke Professionalisering, afgerond dient te zijn voordat een student aan het semester Eindopdracht start. Reden daarvan is dat het soms voorkwam dat studenten dit tussenassessment nog niet gedaan hadden gedurende het semester Eindopdracht. Hierdoor zat er te weinig tijd tussen het tussen- en het eindassessment.

Verbeteringen in het semester Eindopdracht Naar aanleiding van de verbeteradviezen uit de accreditatie van 2016 en nieuwe onderwijsontwikkelingen is een aantal verbeteringen aangebracht in het semester Eindopdracht, zowel in de organisatie als in de inhoud en aanpak. De belangrijkste verbeteringen voor het semester Eindopdracht zijn de volgende:

  1. De processtappen om aan het semester Eindopdracht te kunnen starten zijn helder in kaart gebracht en inzichtelijk voor de student. Zie: Processtappen Eindopdracht en Eindassessment HRM Deeltijd in overzicht (PDF).
  2. Daarnaast zijn de starteisen verscherpt: studenten mogen nu pas aan het semester Eindopdracht beginnen als zij hun Tussenassessment Persoonlijke Professionalisering succesvol hebben afgelegd. Daarnaast dient het propedeusediploma behaald te zijn en dient de student 100 EC in de hoofdfase te hebben behaald, waarbij er minimaal twee semesters volledig moeten zijn afgerond.
  3. Om de kwaliteit van de afstudeerbegeleiding te verbeteren is er een coördinator aangewezen die het semester coördineert en ervoor zorgt dat er geschikte afstudeerbegeleiders worden aangewezen, regelmatig wordt gekalibreerd en beoordelingen en herkansingen volgens het vastgestelde beleid worden uitgevoerd.
  4. Daarnaast is er een docent gespecialiseerd in onderzoeksvaardigheden benoemd die de kwaliteit van de onderzoeksmethodiek monitort en studenten hierin begeleidt. Voorheen waren er drie docenten waarbij er soms sprake was van verschil in aanpak en begeleiding.
  5. Bovendien wordt er nu ook het semester Eindopdracht klassikaal lesgegeven in onderzoeksvaardigheden, waarbij studenten begeleid worden in het doen van onderzoek en de stappen die ze daarvoor moeten doorlopen.
  6. Ook de rol van de inhoudelijk begeleider is geëvalueerd en enigszins gewijzigd: daar waar voorheen meer gesproken werd van consultant is het accent verschoven naar begeleider. De student mag een voorkeur uitspreken voor een afstudeerbegeleider op basis van zijn inhoudelijke expertise. Bij het toewijzen van begeleiders wordt waar mogelijk, rekening gehouden met deze voorkeur. In de nieuwe werkwijze is heeft de begeleider meer ruimte om inhoudelijk bij te sturen. Voorheen was de rol slechts consulterend. Bij het beoordelen van het eindproduct, het verantwoordingsverslag en het gesprek eindopdracht fungeert de begeleider als tweede beoordelaar.
  7. Door kalibratiesessies, die minimaal vier keer per jaar plaatsvinden, zorgen we ervoor dat de kwaliteit van de eindopdrachten goed blijft en onze docenten op dezelfde wijze tot een beoordeling komen. Daarnaast zijn er ook kalibratiesessies geweest met Hogeschool Utrecht en met onze eigen voltijdvarianten HRM en Bedrijfskunde.
  8. In de kalibratiesessies is ook steeds weer ruimte voor inhoudelijke scholing, bijv. op het gebied van het doen van actieonderzoek. Er heeft twee maal een specifieke training plaatsgevonden over de opzet van de probleemanalyse en theoretisch kader.
  9. Vanaf april 2020 krijgt de student meer keuze in vormen van onderzoek. Hier gaat altijd een grondige vraagstukanalyse aan vooraf, zodat de student zijn keuze kan verantwoorden. Momenteel wordt de mogelijkheid aangeboden om zowel beleidsmatig onderzoek te verrichten als actieonderzoek. Daarnaast is er materiaal in ontwikkeling voor het aanpakken van een vraagstuk door een projectmatige aanpak of een diplomatieke aanpak. Zie: Verschillende aanpakken EO (PDF).

Wat hetzelfde is gebleven dat we studenten elk blok, dus viermaal per jaar, de gelegenheid geven om in te stromen in dit semester. Dit doen we om onze deeltijdstudenten te faciliteren in doorstuderen, om onnodige studievertraging te beperken en de kosten in de hand te houden.

Waar staan we nu?

We zijn over het algemeen tevreden over de effecten van de verbeteringen:

  • Over het semester ‘Eindopdracht’ geeft het docententeam aan dat het prettig is dat er veel wordt afgestemd en dat verbetersuggesties worden opgepakt en doorgevoerd. Procedureel is het afstudeerproces in orde, de archivering van producten klopt en de beoordelingen zijn grotendeels in overeenstemming met de feedback. Zie: Jaarverslag examenkamer en toetscie HRM en BKM 2019-2020 (PDF).
  • Er is op dit moment ook een analysegroep voor voltijd en deeltijd die Eindopdrachten leest en inhoudelijk aandacht heeft voor de kwaliteit van de eindopdrachten. De bevindingen op het moment van schrijven zijn nog niet bekend.
  • Studenten ervaren het proces ook als goed georganiseerd, maar merken ook op dat met name de laatste weken van het proces zeer stressvol zijn en voor spanning zorgen.
  • Het team afstudeerdocenten heeft geconstateerd dat het niveau van de eindopdrachten aanzienlijk verbeterd is de afgelopen jaren en zijn tevreden over het niveau dat op dit moment gerealiseerd wordt: de rapporten zijn in de ogen van het afstudeerteam van voldoende niveau en worden vaak door de opdrachtgever gewaardeerd. Ook de theoretische onderbouwing is van voldoende niveau.
  • Studenten zijn trots op het geleverde werk en ervaren dat ze een waardevolle opdracht hebben uitgevoerd. Uit gesprekken horen we dat ze door de eindopdracht breder leren kijken naar de organisatie en het eigen vakgebied.
  • Hoewel er nog niet heel veel gebruik van is gemaakt, wordt door de studenten gewaardeerd dat ze uit verschillende typen vraagstukken kunnen kiezen en kunnen kiezen tussen beleidsondersteunend onderzoek en actieonderzoek. Uit gesprekken met studenten is gebleken dat de communicatie rondom de verschillende varianten beter kan. We zijn inmiddels bezig om dit te verbeteren.

Studenten en werkveld zijn over het algemeen positief over de afstudeerfase en de eindopdracht, maar zetten ook wat kritische kanttekeningen:

  • Het werkveld ziet hoe het doorlopen van deze fase een beslag legt op de tijd van de studenten en is van mening dat deze veel zwaarder is dan de investering die van studenten voorafgaand aan dit semester gevraagd wordt.
  • Sommige opdrachtgevers, sommige studenten en de onderwijsadviesraad merken tevens op dat het niveau voldoende is, maar vragen zich wel af of de opdrachten die we studenten nu laten uitvoeren werkelijk representatief zijn voor wat het werkveld van ze vraagt. Ze adviseren ons na te denken over vormen van afstuderen die meer aansluiten bij de praktijk van het vakgebied.
  • Hoewel er studenten zijn die aangeven dat ze voldoende voorbereid waren op deze fase van de opleiding, zijn er ook studenten die aangeven verrast te zijn door de omvang en complexiteit van de opdracht, omdat ze hier gedurende de rest van de studie niet eerder op deze manier mee in aanraking zijn gekomen.

We gebruiken de ontvangen feedback bij de (her)ontwikkeling van ons onderwijs om het verder te verbeteren, waar dat nodig is.

In het semester Persoonlijke Professionalisering, waarbinnen de laatste stap van de studie bestaat uit het eindassessment dat wordt afgelegd na het AO (afstudeeropdracht)-gesprek, hebben we geen inhoudelijke wijzigingen aangebracht. Uit evaluaties komen de volgende positieve punten naar voren:

  • De beoordelingen en feedback nog steeds goed op orde.
  • De eindassessments zijn een mooie en waardevolle afsluiting van de studie waarin studenten worden voorzien van stevige en professionele feedback.
  • De portfolio’s en assessmentgesprekken worden beoordeeld als van voldoende niveau en met voldoende diepgang.
  • Studenten ervaren deze gesprekken als waardevol en een goede manier om de doorlopen professionele ontwikkeling zichtbaar en bespreekbaar te maken.

Ook zien we nog ruimte voor verbetering:

De betrokken coaches en studenten merken op dat vaak pas in deze gesprekken de waarde van gerichte aandacht voor professionele ontwikkeling wordt ingezien. Met de oude opzet van het onderwijsprogramma, waarvan we momenteel nog afstuderende studenten hebben, ontbreekt, naast aandacht binnen de leerlijn PP, die langs de opleiding loopt, er binnen het onderwijsprogramma, die gerichte aandacht voor professionele ontwikkeling nog.

In de curriculumvernieuwing is deze scheiding tussen het opdoen van kennis en leren over wie je bent en hoe je handelt verdwenen. We kiezen voor een integrale aanpak: professioneel handelen wordt verbonden met de mate waarin kennis wordt beheerst en toegepast, de effectiviteit van het handelen en de houding. Dit alles wordt verbonden met de ontwikkeling die de student maakt en met zijn professionele en persoonlijke ambities en professionele identiteit. Hiervoor wordt onder andere gebruik gemaakt van een leerlijn Persoonlijk Leiderschap waarin het stellen van doelen en je daaraan houden en het verkennen van de eigen waarden en kwaliteiten centraal staat.

De eerste reacties, van zowel studenten als docenten, op deze aanpak zijn positief. Docenten zien meer zelfsturing en zelfregie bij studenten. Studenten zelf ervaren meer zelfbewustzijn en zien de logica van het geïntegreerd kijken en werken.

Waar willen we naar toe?

Doen we de het juiste in de afstudeerfase? Dit gaan we nader onderzoeken en uitwerken gedurende het komende anderhalf jaar. We bieden al een breder palet aan vraagstukaanpakken aan. Het werkveld en de alumni geven aan dat dit al een verbetering is, maar zij en wijzelf ook, zien ruimte voor meer variatie. We zouden graag toewerken naar een proeve van bekwaamheid, waarin de student de ruimte krijgt om vanuit verschillende rollen (onderzoeker, adviseur, coach, veranderaar, ontwerper) met een complex en ongestructureerd vraagstuk te laten zien zelfstandig en professioneel te kunnen handelen. We willen graag verkennen hoe breed we deze proeve van bekwaamheid kunnen definiëren. We zouden graag nog meer toewerken naar maatwerk, profilering en meer integraal leren en toetsen van het eindniveau.